Leidinggeven aan een programma

Eindelijk is het er: Leiderschap van de programmamanager. Bijna twee jaar hebben Björn Prevaas, Jo Bos en Helmuth Stoop gewerkt aan het ordenen, analyseren en interpreteren van 17 interviews met programmamanagers. Zij mogen terecht trots zijn op het resultaat. 

Björn Prevaas, Jo Bosch en Helmut Stoop, de trotse auteurs

Het is een kloek boek van bijna 400 pagina’s. Je zou kunnen zeggen een encyclopedie van de mogelijkheden die je als programmamanager hebt om de klus aan te pakken.

Niet alles achter elkaar lezen

Het boek is bedoeld voor programmamanagers die goed willen nadenken over de manier waarop zij hun rol willen invullen. De auteurs geven in hoofdlijnen aan wat de kenmerken van programma’s zijn en hoe je die organiseert. Daarna komt er een algemeen hoofdstuk over de perspectieven op leiderschap en de keuzes die zij hebben gemaakt. Na een kort hoofdstuk over de thema’s die de auteurs aan de orde gaan stellen volgen 14 hoofdstukken over de invulling van die thema’s. Dat is een uitgebreide presentatie van de zaken die bij het thema passen. Terecht wijzen de auteurs aan het begin van het boek erop dat het niet de bedoeling is deze hoofdstukken achter elkaar uit te lezen. Hierin moet je als lezer een keuze maken in volgorde, waarbij ik als lezer zeker enige tijd rust heb genomen voordat ik weer aan een ander hoofdstuk begon. 

Mooie punten van het boek

Wat zijn de mooie punten van het boek? Zoals ik eerder al schreef krijg je een encyclopedisch overzicht van de verschillende benaderingen van leiderschap of leidinggeven. Zoals de auteurs ook aangeven gaat het daarbij om hun eigen keuze; expliciet schrijven zij “de perspectieven van transformationeel, dienend-, gedeeld en systemisch leiderschap ……zijn de meest waardevolle uitgangspunten voor het leiderschap van de programmamanager.”

Op een mooie manier geven zij in hoofdstuk 1 een overzicht van de verschillende benaderingen van programmamanagement. Zij zetten daar een grote, constructieve stap naar een integratie van Programma Management (PGM) zoals we dat bij Twynstra Gudde hebben ontwikkeld en Programmatisch Creëren (PMC) van Jo Bos en co. Zij noemen dat de principes van werken met programma’s. Je kan over de woorden nog een discussie hebben, maar het is een creatieve uitwerking van een interessante ontwikkeling.

Enkele programmamanagers en een auteur bij de aanbieding van het boek

Ook hebben de auteurs in hoofdstuk 2 een belangrijke aanvulling gegeven op de alternatieven voor de programma-organisatie, de aspecten die van invloed zijn op de grondvorm van die organisatie en van de positionering van de programmamanager (van coördinator tot directeur). Die beschrijving houden de auteurs beperkt en laten het uitgebreid detailleren van de benodigde competenties over aan anderen. Dat is positief want dit laat de ruimte open voor elk programma en elke programmamanager om naar bevind van zaken te handelen. Laat het techneutisch opsommen van 40 competenties met 60 subcategorieën waar je vervolgens kandidaten aan toetst voor certificering maar over aan de regelneven.

Ook nog enkele vragen

Creatieve en gedegen aanvulling

Op een paar punten ben ik wat kritischer. Het meest in het oog springende issue is voor mij het aantal thema’s dat de auteurs onderscheiden. Dat zijn er maar liefst 14. En dan te bedenken dat zij 17 programmamanagers hebben geïnterviewd. Waarom 14 en niet 17 of 7? Daar zeggen ze niets over. Verder vind ik dat de 14 thema’s zwak verantwoord worden door een paar vage zinnen: “deze vormen voor ons de kern” schrijven zij om vrijwel meteen te stellen “de interviews….en onze vele ontmoetingen met programmamanagers zijn richtinggevend geweest bij de selectie van deze thema’s.” Dat is jammer want de argeloze lezer van de interviews zou zo maar op een ander idee zijn gekomen (zie een eerder blog). Dat vind ik mager voor zo’n ambitieus boek en bijbehorend onderzoek. 

Een tweede kwestie is het frequent gebruik van “de programmamanager”. De tekst richt zich op vele plaatsen op de persoon van de roldrager programmamanager. Dat blijkt ook uit het feit dat de auteurs zich consequent tot je, jij en jou richten. Dat is helder, modern en prettig leesbaar. Op verschillende plekken kunnen de auteurs deze keuze niet handhaven. Dan moeten ze water in de wijn doen als het gaat om een visie die gezamenlijk moet zijn, of als de programmamanager zelf moet geloven in de visie maar dat hij ook vooral dienend moet zijn en niet de vlag van het programma moet worden of waar er sprake is van gedeeld eigenaarschap. Eén van de perspectieven op leiderschap heet zelfs gedeeld of gespreid leiderschap. Dat leidt echter niet tot een thema waar dat uitgewerkt wordt. Een gevolg van deze focus op de programmamanager is ook dat de schrijvers weinig tot geen aandacht hebben voor de opdrachtgever; het woord komt niet eens voor in het register.

Dit alles neemt niet weg dat mijn collega’s een creatieve en gedegen aanvulling hebben gemaakt op de reeds bestaande boeken over programmamanagement: verplichte kost dus. Ook als je nog geen boek over leiderschap in huis hebt, is dit een mooie gelegenheid om dat gemis nu goed te maken. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.