Samenwerken moet

In opdracht van secretaris-generaal, mr. R. Bekker, hebben A. Korsten, P. de Jong en C. Breed 13 projecten en programma’s onderzocht op de mate van interdepartementale samenwerking. Conclusie: waar de urgentie groot is, de prioriteit hoog en de bestuurlijke sturing krachtig is, krijgen de kokers geen kans.

Buitenboordmotor

Daarbij staat het begrip kokers voor slechte tot geen samenwerking tussen departementen, of afdelingen binnen departementen. De onderzoekers concluderen opgewekt dat de kwaliteit van de samenwerking niet heeft geleid tot een rem op de voortgang van de programma’s. Maar het is ook niet de krachtige buitenboordmotor geweest die de programma’s nog extra vaart hebben gegeven.

Samenwerking apart organiseren

Samenwerking is er niet vanzelf maar moet apart georganiseerd worden. Voor de onderzoekers gaat het daarbij om drie zaken:

1. krachtige bestuurlijke leiding. De vorm maakt niet zoveel uit als er maar leiding, betrokkenheid en aandacht van de minister of staatssecretaris uitgaat. Het wil ook niet zeggen dat de topambtenaren automatisch dit gat op kunnen vullen.

2. de gouden as moet werken. Daarmee bedoelen de onderzoekers dat bestuurlijke aandacht alleen niet voldoende is. De programmamanager, zijn ambtelijk opdrachtgever (een secretairs-generaal of een directeur-generaal) en de minister moeten elkaar feilloos weten te vinden. “Zij moeten met elkaar overweg kunnen, elkaar respecteren, informeren, sturen, bemoedigen en durven aanspreken.” (p. 258).

Stuurgroep en chemie

3. En tenslotte is een brede ambtelijk stuurgroep voor het commitment van de lijnorganisaties en noodzakelijk en moet er chemie tussen mensen zijn. Voor dat laatste is de programmamanager aan zet. De programmamanagers maken stuk voor stuk een sterke indruk op de onderzoekers. “Goede persoonlijke betrekkingen tussen alle betrokkenen vormt een sleutelvoorwaarde voor succes bij interdepartementale samenwerking. Als die er onvoldoende is moet daarin stevig worden geinvesteerd. De mensen moeten elkaar goed leren kennen, elkaar kunnen verrouwen en op elkaar kunnen bouwen.”(p.259).

Inhoud voorop

De observaties van de onderzoekers gelden mijns inziens niet alleen voor interdepartementale opgaven. Ook binnen een departement, gemeente of provincie (energiebedrijf, bank, vervoersmaatschappij kan je er gemakkelijk aan toe voegen) moet er keihard worden gewerkt aan samenwerking. Als je daarbij afhankelijk bent van bestuurlijke aandacht, dan zullen velen er bekaaid van af komen, want daarvoor hebben bestuurders zeker geen tijd. Het moet derhalve op een andere manier.

In de aanbevelingen van Korsten cs. staan organisatorische maatregelen voorop. Volgens mij vergeet men de inhoud voorop te stellen. Samenwerken tussen professionals kan je volgens mij bevorderen door de inhoud centraal te zetten. Allerlei voorzieningen en procedures moet je ook hebben. Maar zonder inhoud wordt het moeilijk organiseren. En dat is wel waar professionals op aan slaan.

 

Rapport: prof.dr. A.F.A. Korsten, drs. P. de Jong en dr. C. Breed, Regeren met programma’s.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.