Opsporen loont

Over een markt gesproken: de rekenkamer heeft berekend dat er in Nederland voor 18,5 miljard euro per jaar wordt witgewassen. Dit verbijsterende getal noemde Frederik Jansen tijdens de IPMA kwartaalbijeenkomst Misdaad Loont Niet.  Frederik is programmamanager financieel-economische crimininaliteit van de Nederlandse politie. Hij besprak met de geïnteresseerde programmamanagers en adviseur drie dilemma’s in zijn programma.

Uitsmeren of focus?

Hij vertelde dat de aanpak van witwassen en fraude in het verleden teveel gericht was op kilos, wapens of drugs en op de boeven zelf. De onder- of achterliggende geldstromen werden verwaarloosd. Dat is in zijn programma anders. Oorspronkelijk zou zijn plan 45 miljoen gaan kosten, maar uiteindelijk bleek er 13 miljoen beschikbaar te komen. Zijn eerste dilemma deed zich voor: uitsmeren over alle korpsen of focus? De deelnemers dachten dat het zonder focus niet zou kunnen, dus suggereerden zij of te kiezen in soorten criminaliteit, of aantallen regios’s of fase in het opsporingsproces. Allemaal vonden zij een focus op presataties voor de hand liggen, omdat burgers van organisatieverandingen alleen niet warm lopen: een markt van 18 miljard is tenslotte niet te versmaden.

Frederik liet echter duidelijk blijken dat een puur financiële benadering niet bij de politie past. Het gaat om een maatschappelijke opgave waarbij het verhogen van veiligheid voorop staat en niet het bedrijfseconomisch belang van de politie.

Voor iedereen wat

De Nederlandse politie is zodanig georganiseerd dat er 25 regionale korpsen zijn. Deze worden door regionale driehoeken aangestuurd (burgemeester, officier van justitie en korpschef) die allemaal hun eigen beleid voeren. De raad voor hoofdcommissarissen bestuurt het geheel. Dat leidt vaak tot compromissen van het type “voor iedereen wat”. De gevraagde focus heeft Frederik uiteindelijk vorm gegeven door vijf regio’s te kiezen. Het tweede dilemma (sturen op echte inhoudelijke resultaten of faciliteren van de organisatieontwikkeling) loste de programmamanager op door “inrichtingsdoelen” na te streven en wekende weg prestatie-effecten te laten zien.

Het derde dilemma dat Frederik schetste had te maken met de manier van veranderen: veel eigen verantwoordelijkheid voor de korpsen toestaan of op een controlerende manier te werk gaan. De laatste optie sprak de deelnemers weinig aan, omdat zij de eigen verantwoordelijkheid van de korpsen zwaar vonden wegen. In de praktijk blijkt de programmamanager veel aandacht te hebben gegeven aan de communicatie met de korpsen, het Openbaar Ministerie en het Ministerie van Justitie. Allerlei maatregelen (aanstellen van financieel-economische deskundigen, trainingen voor alle niveaus politiemensen) heeft hij aangeboden aan de pilotkorpsen en erop toegezien dat deze ook gebruikt werden. Pas als deze maatregelen bleken te werken heeft het programma de touwtjes laten vieren.

Duidelijke business case

En dat het werkte bleek uit een terloops vermelde opbrengst van het programma. Voor elke geïnvesteerde euro zijn er zeven voor teruggekomen! Als je het hebt over een duidelijke business case, dan is het hier wel. En dat bij een geschatte markt van 18 miljard: ik weet wel wat ik studenten aanraad om te gaan doen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.