Bestuurlijke minister

“De nieuwe minister is erg bestuurlijk ingesteld. Dat heeft tot effect dat de dg’s alle inhoud naar zich toe trekken.” Een opmerking die mij deze week in een bijeenkomst opviel. Een dag later was het: “We zijn nu gefuseerd met een ander departement. Dat werkt veel hiërarchischer dan wij gewend waren.” De effecten van de formatie worden alsmaar zichtbaarder. Wat betekenen beide ontwikkelingen voor programmamanagement?


De bestuurlijke minister

De bestuurlijk ingestelde minister zou zo maar Opstelten kunnen zijn. Die weet wat programma’s doen betekent, want in 2006 heb ik aan hem ons boek Programmamanagement sturen op samenhang aangeboden. In zijn algemeenheid betekent volgens mij een bestuurlijke minister, zeker als de vorige zwaar inhoudelijk georiënteerd was, dat de dg’s er bijzonder goed op moeten letten dat de minister inhoudelijk geen onverstandige dingen doet. Dus dat zij de inhoud naar zich toe trekken, verwondert niet. Voor de programmamanager houdt dat in dat de dg weer echt ambtelijk opdrachtgever wordt en dat hij/zij de inhoudelijke en bestuurlijke aspecten met de minister deelt. Ik denk dat de minister in de bestuurlijke variant minder contacten zal onderhouden met de programmamanager. 

Overigens, lijkt mij dat een minister altijd meer bestuurlijk dan inhoudelijk zal zijn. Kortom, de programmamanager zal in die situatie de inhoud nauw met zijn ambtelijke opdrachtgever af moeten stemmen, maar zeker ook de bestuurlijke context van zijn programma goed moeten analyseren en daar alert op moeten inspelen.

De hiërarchische organisatie

Projecten en programma’s doen vereist een hoge mate van niet-hiërarchisch werken. In zo’n gefuseerde organisatie is dat wel even wennen voor de programmamanagers. De topmanagers definiëren opdrachten en verwachten onmiddellijke uitvoering, zonder dat er een gewoonte is om de programmamanager nog eens uitgebreid naar de opdracht te laten kijken dan wel in gemeen overleg met hem of haar de opdracht te laten vormgeven. 

Het is in zo’n fusie situatie altijd goed nog eens naar de principes van de werkorganisatie te kijken. Dan bepalen de samenstellende delen samen wat die principes zijn en welke vorm van programmasturing men gaat aanhangen. In sommige gevallen is het een kwestie van meerderheid en minderheid: het woord fusie is dan een euphemisme voor  overname. Zo zal het “innovatiedeel” van VROM zich in hoge mate moeten aanpassen aan de mores van het oude EZ. Dan is het als programmamanager aanpassen aan de nieuwe context. Dat is juist een van de belangrijkste vaardigheden van programmamanagers!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.