Wij doen ons best

De kaderrichtlijn water vergt van het ministerie, waterschappen en provincies dat zij in 2014 de waterkwaliteit op orde hebben. De Europese Unie zal de overheden beoordelen op de gerealiseerde maatregelen. Of deze ook hebben geleid tot een hogere waterkwaliteit is in deze periode nog niet aan de orde. Maar alleen al het verschijnsel dat de EU de overheden zal houden aan de afspraken is een majeure wijziging tov het verleden.

Vroeger was het in de waterwereld kennelijk zo dat er weliswaar voornemens waren om bepaalde maatregelen te nemen. Men beschouwde dat als een inspanningsverplichting in de zin van “Akela, wij doen ons best.” Maar of de maatregelen werden genomen dat hing toch weer af van allerlei factoren. Het was met andere woorden altijd een verrassing wat er gebeurde.
Dat gaat nu veranderen. Vanuit het ministerie van V&W is een heel circus opgezet van nationale plannen en regionale plannen. Die moeten allemaal op elkaar afgestemd worden, zowel wat betreft de inhoud als wat betreft de inspraakprocedures. Eind 2009 moet de minister de plannen bij de EU hebben ingediend. Los van alle bestuurlijk gedoe, overleg, praten en papier schuiven, betekent de kaderrichtlijn een drastische omslag in het denken van de waterambtenaren. Hun wil is geen wet meer, zij moeten zich verantwoorden over wat ze doen en wat dat oplevert. Waar gemeenten al redelijk aan zijn gewend in het kader van het Grote Stedenbeleid en de programmabegroting, de provincies via het Investeringsprogramma Landelijk gebied, daar moeten de waterschappen zich ook gaan waarmaken. Laten ze vooral bij de gemeenten en provincies hun licht opsteken hoe deze dat doen en hoe lang en weerbarstig de veranderingsprocessen zijn die zij hebben doorgemaakt. Maar de waterambtenaren zijn gewend aan worstelen en bovenkomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.