Weg met de ambtelijke opdrachtgever?

Inzee

Bestuurders zijn zo belust op resultaat dat wethouders zelf rechtstreeks een programmamanager inhuren en aansturen, zonder tussenkomst van een ambtelijke opdrachtgever. Bureau Van Spaendonk concludeert dat in een recent onderzoek naar programmasturing bij grote gemeenten, volgens Binnenlands Bestuur (Artikel Van Spaendonk). De onderzoekers vinden dit onwenselijk. Hoe kan je daar als professional naar kijken?

Een opdrachtgever is die ene persoon die voor het programma de beslisser en sponsor is: hij wil de doelen, de bijhorende inspanningen en middelen. Hij kan ook de afweging maken tussen het programma en de andere opgaven die de organisatie ook moet uitvoeren (bv. wettelijke taken). Daarom is hij ook geloofwaardig als sponsor omdat hij bewust die keuze voor het programma heeft gemaakt ten koste van reguliere taken.

Voor beide opgaven (programma en wettelijke taken) hebben we een ambtelijke organisatie op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau in het leven geroepen. Door het schrappen van de ambtelijk opdrachtgever creĆ«ren de betreffende wethouders twee uitvoeringsorganisaties: een voor de programma’s en een voor de reguliere, niet in programma’s vervatte opgaven. Als opdrachtgever van de programmamamanager zullen de wethouders veel aandacht en tijd moeten geven aan het programma. Dat gaat ten koste van de reguliere aansturing van de ambtelijke diensten waar ze ook nog een portefeuilleverantwoordelijkheid voor hebben.

De ervaring van organisaties die dergelijke constructies hebben gekend, is negatief. Er ontstaat een hoop frictie en wrijving. Het programma is aantrekkelijker omdat je veel (politieke) aandacht krijgt. Er zijn ruimere middelen voor beschikbaar en je bent beschermd tegen eventuele bezuiningingsopgaven. De medewerkers zullen hun reguliere werk minder aandacht geven en voor het aantrekkelijker programma gaan werken. En dan na vier jaar als de wethouder weg is? Wie gaat dan de uitvoering doen? Of worden de resultaten van het programma weggegooid? Het ligt voor de hand dat de reguliere organisatie de zaken dan over moet nemen: die staat daar niet om te trappelen want vier jaar geleden waren ze er niet goed genoeg voor. Dus er valt een enorm gat.

Het is derhalve een daad van typisch korte termijn, die het sturen op lange termijn (wat je toch van bestuurders mag verwachten) negeert. En ook op nationaal niveau vind je vergelijkbare gedachten (zie ook mijn bijdrage van 19 september 2006). Dat scherpt tegenstellingen aan: de politiek voor de korte termijn, de ambtelijke organisatie voor de lange termijn. De politiek voor de “leuke dingen voor de mensen” de ambtelijke organisatie voor de saaie uitvoering en dienstverlening. Is dat dualisme anno 2007?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.