Transities en programma’s

Wat we nu meemaken wordt veroorzaakt door het tekort aan fossiele brandstoffen, ongelijke verdeling van water, voedselprijzen en natuurrampen. Dat is de stelling van de econoom Jeff Sachs in de NRC van zaterdag. We kunnen wel proberen de financiele instellingen verder te reguleren, maar dat is verspilde energie. Het gaat om iets anders.

Ik moest denken aan een gesprek dat ik deze week had met een oud-collega van mij, Harry te Riele. Hij werkt sinds zeven jaar aan transities in de maatschappij, grote omwentelingen die bepalend zijn voor onze verdere toekomst: zoals de komende omschakeling van een samenleving die drijft op fossiele brandstoffen, naar één die op een andere manier aan zijn energie moet komen.

Een “blinde gids”

Een dergelijke transitie is een fundamentele verandering in de samenleving waar de huidige programma’s voor de verhoging van de bereikbaarheid van de Randstad, de reductie van CO2, de bestrijding van de werkloosheid en de sanering van de financiële sector maar een klein onderdeel van zijn. Transitie management is de term die daarvoor wordt gebruikt.

Transitiemanagement is niet zozeer bezig met specifieke uitkomsten, maar met de mechanismen voor verandering: het gebruik van aanwezige ontwikkelingen voor maatschappelijke doelen. De transitiemanager is geïnteresseerd in het uitzetten van richtingen en hij zorgt voor veel opties en vermijdt voortijdige keuzes. De kernelementen zijn: anticipatie, leren en aanpassen. Dit lijkt meer op de “blinde gids” (zie mijn weblog van eerder deze maand) dan op een alwetende ontwerper.

Onzekerheid en complexiteit

Kern is natuurlijk de enorme onzekerheid en complexiteit die met dit soort opgaven gepaard gaan. Zo te zien zijn de verschillende auteurs (Rene Kemp, Anne Loeber en Elsbeth Roelofs) van mening dat de overheid een procesrol heeft, maar ook een verantwoordelijkheid heeft om strategische experimenten uit te voeren alsmede programma’s voor systeem innovaties. Omdat het woord transitiemanagement valt, doemt natuurlijk de vraag op waar dat zich bevindt tussen wat wij programmamanagement dan wel procesmanagement noemen. Gegeven de actualiteit van de huidige problemen zullen we in de komende maanden moeten gaan nadenken over de verdere aanpak van transitiemanagement. Zoals mijn collega Harry te Riele opmerkt: de eerste innovaties worden nog wel getolereerd zolang het speeltjes of hobbies van een kleine onschuldige groep zijn. Zodra innovaties het experimenteer stadium verlaten, wordt het serieus en worden gevestigde belangen geraakt. Dat stadium moet ook aangepakt worden, willen we echt een doorbraak bereiken. Dat wordt de opgave voor de komende jaren en het wordt interessant na te gaan in hoeverre programmamanagement hierbij behulpzaam is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.