Transitie ja of nee?

Op 7 februari heeft het PGMOpen een interessant inzicht gegeven in de theorie en praktijk van de transitie. Dat is een veelgebruikt begrip om een verandering te typeren. Praktijkmensen hebben (vanuit commerciële overwegingen?) namelijk de neiging 

hun opgave zo belangrijk mogelijk te maken, dus gebruik je een zo krachtig mogelijk woord om jezelf te profileren. Goed dat we een theoretische spreker hadden. Derk Loorbach in zijn keynote: “transities zijn maatschappelijke bewegingen die niet te managen zijn.”

 

Systeemverandering  

Niet te managen? Dat moet voor een zaal met programmamanagers een koude douche zijn, zou je denken. Maar niemand loopt weg. Waarschijnlijk door de troostende woorden dat je in zo’n situatie wel bewust kan opereren. Het vervelende is dat je in de maatschappij patronen moet gaan herkennen die logisch zijn, maar ook onvoorspelbaar. Daarbij komt dat het gaat om een systeemverandering: het spel tussen gevestigde partijen verandert. We hebben onze elektriciteit van enkele centrales in Nederland gekregen, met een compleet dekkend elektriciteitsnetwerk. Centralisatie is het trefwoord. Op allerlei plekken in Nederland ontstaan coöperaties van bewoners die via zonnepanelen duurzame energie voor de eigen en misschien ook andere gebruiken gaan leveren. Dat is een ander energiesysteem: dat betekent een andere structuur, werkwijze en cultuur. De waarde van duurzaamheid is daarin een andere dan de waarde van zo effectief en efficiënt leveren aan alle inwoners.

Geen doelen maar een bedoeling

Loorbach roept ook op tot het vergeten van doelen. Daarentegen is er wel een bedoeling. Dus het willen beïnvloeden van een transitie, die niet te managen is, vergt een bedoeling, een richting waarin de transitie zou moeten bewegen. Duurzaamheid in het bovenstaande voorbeeld. Er is geen oplossing en er is zelfs geen vaststaand probleem. Daar uit voortvloeiend concludeert Loorbach dan ook dat je met een transitie niets maakt, maar meebeweegt op bestaande initiatieven en veelbelovende (passend bij de bedoeling en functionerend) ideeën uitvoeren om te zien deze in een bepaalde context werken. Daarna zou je wellicht kunnen opschalen.

Geduld, vallen en opstaan, en lange adem

Dat is dus een voorzichtige en geleidelijke strategie. Dat is geen grootscheeps programma met een grand design, maar een grootscheepse bedoeling (visie?) die ingevuld wordt door vele lokale initiatieven. Dat vergt geduld, vallen en opstaan, lange adem en tijd. Allemaal zaken die maatschappelijk impopulair zijn, omdat we gewend zijn onmiddellijk, voor weinig geld en foutloos resultaat te boeken. Ook dat vergt een transitie.

Doe maar gewoon

Gelukkig is niet elke verandering een transitie. Dus er blijft werk programmamanagers en projctleiders. Mijns inziens past enige voorzichtigheid bij het gebruiken van dit begrip. Een verhuizing van een groot bedrijf kan heel complex en lastig zijn, maar een transitie, nee. De bouw van een landelijk netwerk voor elektriciteit is een project, geen transitie. Ofwel, een transitie is een verandering, maar niet elke verandering is een transitie. Dus doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.