Stakeholder management

Programma’s zullen altijd uitgevoerd worden in een roerige omgeving. Doelen en inspanningen zullen voor- en tegenstanders kennen. Die spanning negeren is een kapitale fout van een programmamanager. Maar wat dan wel? Deze week heb ik daarover samen met een tiental collega’s onder aanvoering van Mark Wesselink gesproken. Hij heeft de afgelopen twee jaar voor het Havenbedrijf in Rotterdam strategisch omgevingsmanagement handen en voeten gegeven. Voor zijn werk heeft hij de ROA-adviesprijs gekregen.

Wat is zijn belangrijkste les? Het gaat om een fundamentele keuze voor het serieus luisteren naar de stakeholders. Je kunt bevroeden dat verschillende van hen het niet eens zullen zijn met de uitvoering van je programma. Maar kijk nu verder en peil naar hun belang. Dat is hard werken. Echt luisteren en doorvragen kost verschrikkelijk veel tijd. Dat moet je er maar voor over hebben.
Bovendien stel je je kwetsbaar op. Je luistert en wilt ook rekening houden met de belangen van de anderen: mutal gains heet dat met een deftig woord. Creatief luisteren en dan meedenken leidt tot ongedachte oplossingen. En als je er dan ook nog in slaagt de oplossingen te grondvesten in de onderliggende normen en waarden van andere partijen, heb je helemaal een duurzame oplossing.

Met deze benadeirng erken je dat je voor je programma afhankelijk bent van andere partijen. Door samen met hen oplossingen te bedenken op grond van belangen en onderliggende waarden bouw je een duurzame relatie die tegen een stootje kan. Sommige van mijn collega’s geloven zelfs dat je binnen zo’n relatie op afgebakende terreinen en issues zelfs op het scherpst van de snede kunt vechten. Je weet allebei dat je de lucht moet klaren en soms voor de achterban even je tanden moet laten zien.

Sommige partijen laten zich echter niet op deze manier inpalmen. Bepaalde milieuorganisaties vinden het meewerken aan stakeholder management niet passen bij de strategie van hun eigen club. Milieudefensie en Greenpeace doen daar niet aan mee. Maar meer gouvernementele clubs als Natuurmonumenten en provinciele Milieufederaties wel degelijk. Ook daar ben je afhankelijk van de opstelling en medewerking van andere organisaties. Kern blijft dat je weet wie het zijn, wat hun belangen zijn en wat hun positionering ten opzichte van het programma en van stakeholdermanagement is. In het geval van de Tweede Maasvlakte heeft het geleid tot relatief weinig beroepschriften en tot geen enkel niet-verwacht beroepschrift. In die zin heb je weinig vijanden maar nog wel geduchte tegenstanders: bekend en met open vizier. Dat vermindert de ruis rond een programma.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.