Programmamanagement als hulp bij veranderingen

Alleen transformaties en een nieuwe positionering van een organisatie in de markt zijn echte veranderingen, volgens de Oostenrijkse adviseur en hoogleraar Roland Gareis. Ik hoorde hem dinsdag op het internationale IPMA-congres in Rome. Deze veranderingen moet je in totaal als een proces zien, waaraan je op onderdelen kunt bijdragen door projecten en programma’s. Hij noemt deze veranderingen ook wel second order veranderingen. De first order (organisatieleren, of -ontwikkeling) ziet hij niet als een “echte” verandering.

Aanvechtbaar

Dit lijkt mij al een aanvechtbare stelling. Waarom zou verandering alleen een radicale ingreep met een totaal nieuwe identiteit voor de organisatie omvatten? Incrementele processen horen hier niet bij? Mijns inziens een te grote beperking. Een kleine verandering kan op lange termijn toch ook grote gevolgen hebben?

Hoe het ook zij, Gareis neemt de positie in dat veranderingen dus in hun totaliteit geen projecten of programma’s kunnen zijn. Op onderdelen daarvan wel, en dan helpt het dat programma’s het werk structureren, de relaties tussen alle activiteiten overzichtelijk maken en dat de verantwoordelijkheden helder worden. In dat verband is het opmerkelijk dat Gareis zich verzet tegen MSP en PMI die in hun modellen plaats maken voor én een programmamanager én een business change manager. Dat schept alleen maar verwarring en onduidelijkheid. Gareis vindt de change manager en de programmamanager één en dezelfde rol. Volgens hem is het juist goed als één persoon verantwoordelijk is.

Uit het hart

Dit is mij nu echt uit het hart begrepen. Teveel proberen de modellenmakers van MSP en PMI vanuit een ICT-perspectief de wereld te overorganiseren, waardoor allerlei organisatorische spanningen worden ingebouwd.

In het kader van het thema van het IPMA-congres (Projectmanagement To Run) is het nog opmerkelijk te vermelden dat Gareis vanuit zijn ervaringen met grootscheepse veranderingen risico’s onderscheidt voor programma’s die te langzaam gaan én programma’s die te snel gaan. Dus ook heel snel en hard rennen heeft risico’s: over bezwaren heenwalsen, niet goed nadenken over wat je eigenlijk wilt. Soms is niets doen ook effectief, zou ik daar zelf aan willen toevoegen. De oude Romeinen hadden daar al een uitdrukking voor: “Festina lente” (haast je langzaam).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.