Ontwerpen van ontwikkeling

Al eerder schreef ik dat er volgens mij een spanning is tussen lijnactiviteiten die vaak ontwerpend en producerend van aard zijn en programma’s die eerder ontwikkelend en experimenterend zijn. Nu wil het toeval dat Manon Ruijters en Ingelien Veldkamp dinsdag hun boek DRIE, vormgeven aan organisatieontwikkeling hebben uitgebracht. Het grappige is dat zij organisatieontwikkeling en ontwerpen juist heel dicht bij elkaar brengen. Dat daarbij ook vaak het begrip programma valt is dan geen toeval, denk ik.


De auteurs hebben zich ten doel gesteld een model voor organisatieontwikkeling op te stellen op basis van praktijkervaringen. Dat levert een boek op met veel en herkenbare opgaves en situaties. Voor de geïnteresseerden in programmamanagement selecteer ik drie thema’s: de D in DRIE staat voor Destinatie en dat is niet hetzelfde als doel, de R betekent Ruimte maar die sla ik even over, de I staat voor interventies en sommige kan je zien als programma en de E staat voor Eigenaar en daar gaat het over rollen, een onderwerp waar we bij programmamanagement nooit genoeg van kunnen krijgen.

Destinatie

Onder destinatie verstaan de auteurs iets “waar we uiteindelijk naar toe willen, wat we straks in de organisatie gerealiseerd hebben.” (p.53). Zij waarschuwen dat veel organisaties meteen overgaan op doelen die dienen om de interventies op te richten en de dagelijkse werkelijkheid beheersbaar te maken. Daarmee verliezen organisaties de context en de ambitie uit het oog. Een doelstelling levert focus op, maar kan ook leiden tot verwaarlozing van aanleiding en noodzaak van de opgave. Een interessante observatie voor de programmamanager van een veranderopgave. 

Interventies

Interventies zijn voor Ruijters en Veldkamp een samenhangend geheel van werkvormen gericht op een beschreven effect en/of resultaat. Een traject definiëren zij dan als een verzameling interventies gericht op één doelgroep. Een programma is vervolgens een samenhangend geheel van trajecten gericht op verschillende doelgroepen. Daarmee definiëren zij een programma beperkter dan ik zou doen. Vooral het ontbreken van doelen of gewenste effecten in deze interpretatie van een programma en het sturen daarop vind ik lastig. Ruijters en Veldkamp plaatsen het monitoren van effecten op een geheel andere plek, namelijk in het proces Reflecteren. Als organisatieontwikkelaar maak ik dus wel een programma, dat is handig voor het ontwerp van de organisatieontwikkeling, maar het management van dat programma moet ik zoeken op een geheel andere plek.

Eigenaarschap

Rollen definiëren en bijbehorende taken en bevoegdheden formuleren is een vierde dominant element bij Ruijters en Veldkamp. Terecht besteden zij veel aandacht aan het eigenaarschap: zowel van de ambitie, van de formele opdracht, van het proces en van het ontwerp. Dat zijn er wel erg veel en nog niet eens genoeg. Hoe deze eigenaren zich tot elkaar verhouden is mij onduidelijk. En ook wie dan de eigenaar is van de gerealiseerde resultaten en effecten. Juist over dat laatste maken professionals in programmamanagement zich druk. Lijnmanagers en business change managers zouden figuren kunnen zijn die aangesproken kunnen worden op het vasthouden of borgen van de gerealiseerde ontwikkeling, zeker omdat organisatieontwikkeling voor de auteurs meer is dan een optelling van individuele ontwikkelingen. 

Het boek brengt belangrijke inzichten rond organisatieontwikkeling bij elkaar. Zeker de moeite waard voor de programmamanager om kennis van te nemen. Je kunt duidelijk zien dat programmamanagement een inspiratiebron is geweest voor de auteurs. De handreikingen aan het einde van het boek zijn nuttig, zeker de Codex Formae waar enkele basisbegrippen worden gedefinieerd.

 

M. Ruijters en I. Veldkamp, DRIE vormgeven aan organisatieontwikkeling, Kluwer: 2012.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.