Ongeduld als vijand van programma’s

Ongeduld is de vijand van een programma. Bestuurders en politici nemen in programma’s maatregelen die uiteraard tot het gewenste effect moeten leiden. Dat daar wel eens meer dan enkele jaren mee gemoeid zijn, is voor hen geen aantrekkelijke gedachte. De huidige financiĆ«le “crisis” is natuurlijk het meest recente voorbeeld. Politici nemen op zondagavond een beslissing, en op maandagochtend moet de beurs positief reageren. Zo niet, dan is het een niet effectief besluit geweest. Stijging leidt tot een positieve beoordeling. De kranten, radio en televisie vergroten dat uit tot zijn meeste extreme proporties.

De AEX lijkt dezer dagen de enige indicator voor succes of falen te zijn. In Trouw van afgelopen zaterdag noemt Han Koch dat de “AEX-verslaving”. Elke maatregel wordt door iedereen vrijwel van minuut tot minuut getoetst aan de reacties van een stel zenuwachtige beursbengels, die de virtuele rijkdom van hun klanten zien verdampen. RTL nieuws brengt ‘s ochtends elke uitslag van eenhonderdste van een percent als een absolute waarheid van “daling” of “stijging”. Elke geringe schommeling is goed of slecht nieuws. Koch roept op tot het hanteren van andere indicatoren.

Verwende kinderen
Ik zou willen oproepen tot geduld. Bestuurders en programmamanagers zijn niet van de drammerige, kleine-kinderen-gestampvoet Postbank-reclame: “ik wil nu geld, nu. En ik wil er niets voor betalen.” Dat hoort bij verwende kinderen, maar niet bij bestuurders die van de lange termijn zouden moeten zijn. De opgave voor de programmamanager is de verwachtingen van bestuurders te managen aan reele termijnen. Deze op hun beurt moeten hun communicatiestrategie naar volksvertegenwoordigers en media aanpassen.
Het woord “crisis” lijdt aan dezelfde inflatie (letterlijk: opgeblazenheid): voor minder kijken we niet meer naar het nieuws. Terwijl het begrip verwijst naar gevaar en naar cruciaal punt. Gevaar: ja. Punt: Nee. Het begrip “kredietcrisis” waart nu al meer dan een jaar door de media. En daar komen dan nog de “klimaatcrisis” en de “voedselcrisis” bij. “Oliecrisis” of “grondstoffencrisis” zijn nu even voorbij, maar een “vertrouwenscrisis” en “geloofwaardigheidscrisis” lijken nu hoog te scoren op de NCI: de Nederlandse Crisis Index.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.