Nachtmerrie programmamanagement

Badend in het zweet werd ik vannacht wakker. Ik was in een organisatie beland die voor het uitvoeren van programma’s maar liefst 100 plannen, 120 formats, 75 procedures en 10 registers  had voorgeschreven. Dit noemde men het invoeren van programmamanagement. Benefits werden geleverd alsof het een bestelling van Nespresso koffie was en als het register van de stakeholders maar gevuld was, zou dat tot succesvolle programma’s leiden.

Nachtmerrie wordt werkelijkheid

Deze nachtmerrie wordt werkelijkheid als je het boek van Levin en Green gaat volgen. Onder de weidse titel Implementing Program Management werken zij tot in detail de PMI-standaard voor programmamanagement uit. In een boek van 300 pagina’s. De papieren versie kost bijna 60 dollar, een Kindle editie zelfs 77 dollar. Onvoorstelbaar dat serieuze mensen met beiden de letters PMP en PgMP achter hun naam, denken dat het invoeren van programmamanagement bestaat uit het goed invullen van formulieren en volgen van procedures. Dit is nu precies waar Wouter Hart tegen te hoop loopt. En als je het boek in handen hebt en je gaat voorstellen wat dit betekent, kan je het alleen maar met hem eens zijn.

Geen denkwerk en vertrouwen

Het organisatiebeeld dat uit zo’n boek opdoemt, is dat van een machine of tredmolen waarin mooie dingen tot stand komen als je maar iedereen een goede, sluitende instructie geeft die iedereen ook opvolgt. Resultaat: veel papier en controle, geen denkwerk en vertrouwen. Dit beeld staat in schril contrast met de Nieuwe Organisatie. In tegendeel: voorschriften, details, een naadloos kloppend model van de organisatie waarin geen fouten meer worden gemaakt en waar de creativiteit dood is.

Was dit maar een nachtmerrie. Veel beoefenaren van programmamanagement lijken echt naar zo’n wereld te streven. Door alsmaar meer plannen en formulieren van te voren te bedenken, toezien op de naleving ervan en handhaven als niet conform de voorschriften wordt gewerkt. Toezichthouders, waar we er alleen maar meer van krijgen, bijvoorbeeld een gigantisch controleapparaat om het vermogen van rijke buitenlanders te toetsen, zodat ze een verblijfsvergunning mogen krijgen, likken hun vingers erbij af. Voeg daarbij de ontwerpdrift van mensen die anderen toetsen zodat deze een certificering kunnen krijgen of een diploma voor een ISO-standaard, en dan heb je een heel andere ontwikkeling.

Wel gemeen, geen gemeenschap

Globalisering zou dit wel eens als gevolg kunnen hebben: geen dialoog, maar klakkeloos afvinken van regeltjes. Efficiënt en gemakkelijk in het internationaal verband. Heel gemeen, maar verre van gemeenschap. 

 

 

G.L. Levin en A.R. Green, Implementing Program Management, CRC Press, 2013