Logic Frame

Vorige week weer eens in de Logic Frame Analysis gedoken. Het is één van de weinig uitontwikkelde manieren om verbanden tussen doelen, resultaten, activiteiten en middelen aan te brengen. Eén bron is de Kellogg Foundation die voor het opstellen van een logic model een gids heeft ontwikkeld (Kellogg). De auteur van het artikel stelt dat een logic model een systematische en visuele manier is om je programma goed te kunnen presenteren. Net als het door Twynstra Gudde gehanteerde doelen-inspanningen-middelen-netwerk (DIN) is het een beeld of kaart hoe activiteiten en resultaten gaan bijdragen aan gewenste effecten. 

Outcomes en impact

Het logic model begint met de middelen of input die nodig zijn voor het tweede element: de activiteiten. Die activiteiten of interventies zijn nodig om de voorgenomen resultaten te bereiken. Die noemt het logic model output. Daarna onderscheidt logic model effecten of outcomes en impact. Outcomes zijn verandering in gedrag, kennis, vaardigheden en niveau van functioneren. Meestal treden deze na enige tijd op. Volgens de auteur 1 à 3 jaar. 

Individueel en collectief

Over nog langere termijn (5 à 10 jaar) treden dan impacts op.  Dit zijn de veranderingen die in organisaties (of andere sociale systemen) optreden. De auteur geeft geen voorbeelden, maar je zou kunnen denken aan hogere effectiviteit in bijvoorbeeld hogere omzet of hogere klanttevredenheid. Dit zijn dan de beoogde doelen van een programma zo stelt de auteur. Het verschil met outcomes lijkt te zijn dat de eerste op individueel niveau plaats vinden en de tweede op collectief of systeem niveau (bijvoorbeeld de gehele organisatie). 

Dit logic model heeft dan drie functies: de basis voor de planning en het ontwerp van het programma, de implementatie of uitvoering van het programma, en voor de evaluatie van het programma. Dit zijn de functies die je ook veel terugziet in ontwikkelingsprojecten. 

Duits model

In Duitsland heeft de Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit (GTZ) dit idee verder uitgewerkt (http://web.mit.edu/urbanupgrading/upgrading/issues-tools/tools/ZOPP.html). Het leidt voor hen tot een matrix die de kern vormt van de besturing van een programma. Zij bouwen een project of programma op vanuit de algemene doelen, de uitkomst, het product naar de middelen.

Assumpties

Het interessante van het Duitse model is dat zij aan de doelen de monitoring mechanismen en de assumpties toevoegen. De monitoring levert de informatie op waarmee de manager kan beslissen tot een bijsturingsmaatregel. Assumpties zijn externe factoren of condities buiten het programma die echter wel verondersteld worden aanwezig te zijn om de relatie tussen product (of maatregel) en effect te realiseren.

De aanwezigheid van de assumpties (of de afwezigheid ervan in termen van risico’s) behoort voortdurend op de agenda van de programmamanager te staan. Verwaarlozing van dat aspect leidt tot problemen in zijn programma. Voor mij is het interessant te zien dat ook in de Amerikaanse en Duitse benaderingen de finaliteit van maatregelen/interventies de rode lijn is: wij veronderstellen met elkaar dat bepaalde maatregelen leiden tot effecten. Assumpties gaan dan bij GTZ over de factoren die die finaliteit ondersteunen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.