Fraudebestrijding: samen voor ons eigen

Op een symposium over fraudebestrijding vorige week was het trefwoord samenwerking. Zowel politie, als Openbaar Ministerie als de FIOD als het departement van Veiligheid en Justitie vertellen dat de belangrijkste succesfactor voor een dergelijk beleid een goede samenwerking is tussen de verschillende partijen. De politie, het OM en het bestuursdepartement hebben de afgelopen vier jaar op programmatische wijze gewerkt aan het probleem van fraude. 


Lof voor programma Finec

Bij de sprekers was er veel lof voor de manager van het Finec-programma. Krijgt de politie in het algemeen het rapportcijfer 3, de uitvoering van het programma krijgt allerwegen een 10. Niet voor niets heeft de politie er een programma van gemaakt. Ruud Bik vertelde dat de Nationale Politie nu ingericht wordt met een belangrijk accent op het bestrijden van financieel economische criminaliteit. Maar liefst 1150 fte wordt daar voor ingezet. Dat is één zesde van de totale recherchecapaciteit. Los van het ontbreken van een nationale strategie wijst hij op de samenwerking tussen partijen als essentieel: gunnen we elkaar het succes? “We werken aan een multidisciplinaire opgave, maar we worden monodisciplinair door de systemen beoordeeld.” 

Edward Kleemans, hoogleraar zware criminaliteit en rechtshandhaving, heeft het ook over samenwerking, omdat de bodem voor fraude en illegaal gedraag sociale netwerken zijn: familie, vrienden, werk, hobby. Die sociale factor voor fraude moet je niet met alleen een financieel juridische strategie te lijf. Ofwel je moet netwerken met netwerken bestrijden. En dus samenwerken.

Weinig vertrouwen

Datzelfde geluid liet Els Prins van VNO/NCW horen. Ondernemingen zijn vaak slachtoffer van fraude. Goed samenwerken met de politie is absoluut noodzakelijk. Wat is er dan nodig voor samenwerking? In ieder geval vertrouwen tussen partijen. Nu is dat moeilijk omdat er een sterke neiging is dat partijen voor zichzelf gaan, en niet voor het gezamenlijk belang. Dus op de een of andere manier is het articuleren van dat gezamenlijk belang cruciaal. Daar zou je bijvoorbeeld van de politiek moeten horen. Maar daar is eerder sprake van het vechten en het profileren van zichzelf tov anderen. De minister dan? Die staat aan het hoofd van zowel politie als om, maar het gaat om samenwerking met financiën, dus dat vergt ook nog enige afstemming. 

Het departement? Veelzeggend is dat op het gebied van de financieel economische criminaliteit het departement, het OM en de politie elk hun eigen programma hadden of hebben. Dat stemt al niet vrolijk. Dus het vertrouwen tussen de organisaties die uiteindelijk in een keten zitten om succes te kunnen blijkt al niet noch is er sprake van gemeenschappelijke doelen. 

Voorziening is geen samenwerking

En bij de politie is niet alles rozengeur en maneschijn, want zij hebben voor zichzelf de Voorziening Tot Samenwerking Nederlandse Politie in het leven geroepen. Wellicht kan die opgeheven worden bij de vorming van de Nationale Politie. Maar betere samenwerking is een doel en dat vergt heel wat meer inspanning dan alleen maar een voorziening bouwen dan wel opheffen. Dan heb ik nodig een gemeenschappelijk doel, wederzijdse afhankelijkheid, vertrouwen en positieve interactie, bereidheid tot afstemming van werk en open communicatie. Langs die criteria lijkt mij het rapportcijfer nog lang geen 10 op te leveren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.