Ethiek van programmamanagers

Met grote vertraging heb ik eindelijk het boek van Joris Luyendijk (Dit kan niet waar zijn) gelezen. LuyendijkNaast de amoraliteit die overheerst in het zakenbankieren, viel mij een typologie van bankiers op: neutralen, tandenknarsers, masters of the universe, zeepbelbankiers, waanbankiers en koele kikkers. 

Amoraliteit in veel sectoren

Luyendijk zelf benadrukt de amoraliteit binnen de sector. Dit betekent dat algemeen geaccepteerde waarden geen rol spelen in besluitvorming en gedrag. Het gaat veeleer om de waarde uitgedrukt in geld. Daar passen ook heel goed andere gekwantificeerde grootheden in. Maar niet mededogen, eerlijkheid, mensenrechten om er een paar te noemen. Alles is toegestaan in de ogen van bankiers, wat niet expliciet verboden wordt in wet- en regelgeving (waarvan er overigens teveel van zijn, vinden bankiers zo wordt in een paar bijzinnen duidelijk).

Eigenlijk zie je in de politiek hetzelfde gedrag: de getalletjes van vertragingen bij NS, een urennorm in het onderwijs, oplospercentage bij de politie en koopkrachtplaatjes in de Miljoenennota voeren de boventoon.

Datzelfde gevaar lopen programmamanagers als ze teveel de targets, benefits of operationele doelen benadrukken en als enige succescriterium gebruiken. De hogere ambitie en algemeen geaccepteerde maatschappelijke waarden dreigen ondergesneeuwd te raken, met als verdediging dat die zaken zo moeilijk meetbaar zijn. Terwijl toch één van de competenties van programmamanagers ethiek is. Zo’n competentie houdt in dat een programmamanager een afweging kan maken tussen datgene wat de opdrachtgever vraagt en datgene wat de programmamanager vindt van de eerlijkheid of de menselijkheid van de vraag: kan de programmamanager naar zijn eigen eer en geweten aan de vraag tegemoet komen?

Een dergelijke competentie is van tevoren vast te stellen of te controleren. Slechts achteraf zal blijken of de programmamanager (of wie dan ook) achteloos met bepaalde waarden is omgegaan. Gedragscodes zijn misschien een leidraad maar ook niet meer dan dat. Het vergt telkens en voortdurend een beroep op je eigen geweten: verschuilen achter wet- en regelgeving of gedragscodes is onvoldoende, blijkt uit de bevindingen van Luyendijk.

Types reageren anders op amoraliteit

Interessant is dat de bovengenoemde types volgens Luyendijk verschillend omgaan met deze amoraliteit: de tandenknarser ziet het, maar protesteert buiten de bank maar zit gevangen in het systeem, de neutralen zien het ook, maar weten dat het een onderdeel van het systeem is en waar zijzelf niets aan kunnen doen, de masters of the universe zeggen dat het in het belang van de bank is en goed voor de economie en de zeepbelbankiers zeggen dat het ligt aan een ander, wij blijven binnen de grenzen van de wet. De waanbankier is degene die helemaal opgaat in zijn werk, het wordt zijn identiteit. Moraliteit vergt zelfreflectie, daar heb je geen tijd voor en je bent loyaal aan je team. De koele kikker tenslotte werkt extreem rationeel en berekenend. Hij ziet morele overwegingen als puur persoonlijk waar je naar believen uit kunt kiezen. Een dergelijke afweging staat echter buiten het echte bankwerk.

Het vergt een hoge mate van zelfreflectie van programmamanagers om te erkennen dat zij inzake maatschappelijke waarden correct handelen. Ik hoop dat ze er de tijd voor nemen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.