Bescheidenheid in programma’s

“Machthebbers moeten deugdzaam zijn,” citeert Paul Frissen Aristoteles in de NRC van zaterdag. Volgens deze Tilburgse bestuurskundige gaat het niet om spruitjeslucht en middelmatigheid. Integendeel, het gaat juist om excellentie. De bestuurders moeten zich weten te matigen. Dat zou veel programma’s helpen, volgens mij. Een van de grootste valkuilen voor programma’s zijn namelijk zeer ambitieuze doelen.

Veel ambitieuze doelen

De mislukking zit in vele programma’s ingebakken door deze ambitieuze doelstellingen: De meest aantrekkelijke stad van Nederland in 2020, het oplossen van fileproblemen, het verminderen van klimaatproblemen door menselijke activiteiten, zo kan je er vele vinden in beleidsprogramma’s van alle overheidsniveaus. 

Het is maar zeer de vraag of overheden (of welke organisaties in Nederland dan ook) in staat zijn een significante bijdrage te leveren aan de bovengenoemde doelen. Door de hete adem van verkiezingen en incidenten najagende volksvertegenwoordigers beloven bestuurders gouden bergen, liefst nog binnen hun regeerperiode. Waarschuwingen van ambtenaren worden afgedaan als obstructie van een organisatie die loyaal aan de politiek behoort te zijn. Met als gevolg dat ambtenaren de doelen overnemen, er zo goed en zo kwaad als het kan enkele activiteiten bij verzinnen, die vervolgens met een minimum aan capaciteit en geld in gang worden gezet. 

Zwakke uitvoering

Tijdens de uitvoering van zo’n programma komen dezelfde politici met nieuwe inhoudelijke eisen en met efficiency-voorstellen om hetzelfde ook nog eens met minder mensen en geld te doen. Dat programma’s hun doelen zo niet halen wordt dan toegeschreven aan zwakke uitvoering, terwijl de basis al aan het begin ligt: over-ambitieuze bestuurders.

Het betoog van Frissen is dan ook een verademing om te lezen. Deugden als bescheidenheid, tolerantie, oordeelsvermogen en prudentie worden door Frissen opnieuw naar voren geschoven. Niet alles beloven, ruimte houden om andere afwegingen te maken, het hoort allemaal niet bij het huidige politieke klimaat dat zo wispelturig is als een consumentenmarkt. “Ik wil het nu hebben, en ik wil er niets voor betalen. Het gaat om mij, en de overheid moet ervoor zorgen dat mijn ergernis onmiddellijk opgelost wordt.” 

Afstand tussen bestuurder en beambte

Onder het motto van verkleining van de afstand tussen burger en bestuurder doet de laatste krampachtig alles om bij de burger in het gevlei te komen. Onmiddellijk de verantwoordelijkheid voor problemen overnemen (de Mexicaans griep eerder dan de Q-koorts, want de griep treft veel meer kiezers), dat heet responsief bestuur: Wouter Bos lost de financiële crisis wel even op. Zeker niet bescheiden bankbestuurders worden met overheidsgeld gered, en kunnen daarna weer gaan feestvieren voor zichzelf op kosten van de belastingbetaler. 

Niet alleen zou je moeten pleiten voor afstand tussen burger en bestuurder, maar ook tussen bestuurder en beambte. Van deze laatste moet een matigende invloed uitgaan op al te ambitieuze plannen en beloftes van politici. Dat is politiek niet verstandig, maar democratisch wel nodig, zou ik in lijn met Paul Frissen willen stellen. Het artikel van Paul Frissen: Download NH, Tussen politiek leider en burger hoort een kloof te zijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.